Voor de tentoonstelling LUCA, May I Kiss You? bij Drawing Centre Diepenheim, gingen Mariëlle Videler, Monica Aerden en Maartje Korstanje op zoek naar het eencellige organisme LUCA: the last universal common ancestor. Deze oervorm is het begin van alles dat leeft, maar ook een complex knooppunt van interacties, genetische innovaties en vroege biologische processen. Petra Boonstra bezoekt de bonte verzameling van hangende objecten, tekeningen, geometrische sculpturen en kleine keramieken stekelvormen.
Monica Aerden richtte een deel van de expositieruimte in als studielokaal. Op een schoolbord zijn uitgeprinte onderzoeksresultaten en notities geprikt. Er hangen van papier gevouwen geometrische vormen en kleine tekeningen vol chemische structuren. Tussen al die grafische weergaven beweegt een vreemd cartoonesk figuurtje, de ene keer omringd door bollen en atoomvormen, de andere keer gevangen in een object met een perfect rechte lijn. Het is zoals in andere werk van Aerden, een combinatie van verschillende werelden. Aerden legt uit dat het lijnpoppetje een onderzoeker is. Hij verhoudt zich tot de werkelijkheid van Aerden, maakt zich groot of klein, duikt ergens onder en vindt zo langzaam maar zeker een concreet idee dat hij de wereld kan tonen. Wat dat idee precies is blijft in het midden. Het is de kunstenaar te doen om de onderzoeker zelf, niet om de bevindingen die het doet.
Aerdens educatieve beeldtaal steekt af tegen het zachte en luchtig ogende werk van Mariëlle Videler, dat ze zelf benoemt als een liefdesverklaring aan alles dat leeft. Midden in de ruimte hangen rozerode halve holle bollen die zijn opgebouwd uit tientallen aan elkaar genaaide textielvormpjes. In de wirwar van loshangende draden en verbindingsstukken zijn geometrische stiksels te ontdekken, waarmee Videler verwijst naar de systematiek van de natuur. Die kan immers chaotisch en onvoorspelbaar lijken, maar onder de oppervlakte schuilt een wereld van ingewikkelde orde en fascinerende patronen. Dat Videler zich meer thuis voelt bij het lieflijke karakter van de natuur, blijkt uit haar serie tekeningen met kleurrijke figuren die direct uit de fantasie lijken opgetekend. De ene keer hebben ze veel te lange armen en handen met twaalf vingers, de andere keer zijn het amorfe figuren die doen denken aan onderwaterplanten. Het zijn intuïtieve tekeningen als een manier om met andere levensvormen in contact te komen.
Hier en daar heeft Maartje Korstanje kleine porseleinen figuren op de muur geplakt, als stiekeme indringers in de twee werelden van haar collega-kunstenaars. Haar eigen wereld biedt een compleet andere beleving, waarin grote, zware objecten de aandacht opeisen. Een van de sculpturen midden in het pad lijkt op een uitgevouwen waaier, een langgerekte vorm die door baleinen overeind gehouden wordt. De huid is opgebouwd uit gescheurde en over elkaar geplakte stukjes karton, met lappen jute eroverheen. Bovenop al die bruintinten, glimmen de puntjes van de porseleinen spinachtige vormen. Korstanje nam het grootst levende organisme, de blauwe vinvis, als uitgangspunt voor de sculptuur, en zet het in als tegenwicht voor de microbe. Ze zocht naar een symbiose van het kleinste met het grootste, maar ook van techniek met materiaal. Zo brengt ze materialen samen met uiteenlopende kenmerken; karton is sterk, makkelijk hanteerbaar en lichtgewicht. Dat zet ze tegenover porselein, dat plastisch is maar ook keihard. Korstanje wil de bezoeker op deze manier een wereld vol verwondering laten beleven.
Ook al is de expositie vooral het resultaat van een ontdekkingstocht naar LUCA, biedt het ook een voorstel om verschillende kunstpraktijken op een andere manier samen te brengen. Dat past bij de missie van het Drawingcentre om kunstenaars de ruimte te geven te experimenteren binnen hun praktijk, op zoek naar vernieuwende ideeën met het vetrekpunt tekenen. Het Drawingcentre zoekt het experiment op búiten die praktijk, namelijk daar waar het in relatie met andere kunstwerken wordt geplaatst. In die context kreeg Videler de vrijheid andere kunstenaars uit te nodigen. Gedrieën kregen ze in het samenstellen van de expositie de vrije hand en werden ze uitgenodigd een samensmelting of juist het uitblijven daarvan, te onderzoeken. Zo werkten Videler, Aerden en Korstanje afgezonderd van elkaar en brachten hun individuele resultaten pas tijdens de opbouw van de expositie bij elkaar.
Dat het een uitdaging is om met deze manier van inrichten de intentie van de samenwerking overeind te houden, blijkt uit het gemis van een duidelijk statement van de kunstenaars en hun sturing op een bepaalde conclusie. Waar ik hoopte op een doelbewuste samensmelting tussen de drie praktijken en de ruimte ertussenin, blijken de kunstenaars boven alles de verbinding met een oervorm in hun eigen werk te zoeken. Wat brengt deze drie kunstenaars bij elkaar en wat is de gezamenlijke richting. Hoe zien de kunstenaars hun uitkomst; als geslaagd, als drie afzonderlijke exposities of als een neutrale symbiose? Het is moeilijk om de sterk uiteenlopende werken op een natuurlijke manier met elkaar te combineren, anders dan door het gedeelde onderwerp. Natuurlijk wil je als beschouwer de ruimte krijgen om een expositie zelf te ontdekken, maar die ontdekkingstocht moet vanuit de kunstenaar niet vrijblijvend zijn.
De voorstelling die ik me van tevoren had gemaakt, van de som der delen en de kruisbestuiving, trekt me opnieuw naar de massieve, donkere vinvis-sculptuur van karton die wat dat betreft een bijzondere plek inneemt. Korstanje toont een sterk opgebouwd beeld waarin ze speelt met het idee van uitwisseling en combinaties. Het werk staat letterlijk in de weg maar nodigt uit om dichtbij te komen. Het reikt me iets aan maar stelt tegelijkertijd genoeg nieuwsgierige vragen. In de zaaltekst lees ik over Korstanjes manier van werken. Ze vertelt dat het karton door het herhaaldelijk aanbrengen van de natte lijm zo zwaar kan worden dat sommige stukken in elkaar zakken. Als ze ’s ochtends terugkomt in haar atelier, heeft het werk door het gewicht een andere vorm aangenomen. De nacht zegt ze, werkt mee aan het beeld. Die verstrengeling van processen, kenmerken van materialen en de invloed van de tijd, zijn even dichterlijk als praktisch, en vatten zo in één object dan toch de samensmelting van LUCA samen.
