zomerwandeling

Deze zomer publiceert MetropolisM een aantal teksten over wandelingen, naar aanleiding van de mini-special over de populariteit van wandelen in Nummer 3. Hoe kunnen we lopend, struinend, sloffend en flanerend naar kunst kijken? In deze wandeling trek ik er samen met Arjen op uit om een van de routes van de IJsselbiënnale te volgen: de wandelroute bij Fortmond.

Na een lange periode van droogte vaart het Kozakkenpontje weer over de IJssel. Het betekent dat de wandelroute van de IJsselbiënnale die beide zijden van de IJssel beslaat, weer in z’n geheel te lopen is.

Het overkoepelende thema van de IJsselbiënnale is de verhouding tussen mens en landschap, met als onderliggende urgentie de invloed van klimaatverandering op het landschap. De IJsselvallei verandert en dwingt de natuur om mee te veranderen. Dit jaar focust de IJsselbiënnale zich op ‘grenzen’ en stelt dat de klimaatcrisis ons confronteert met de grenzen van ons eigen gedrag. Het overschrijden van die grenzen en de kunstmatige grens die we hebben opgeworpen tussen onszelf en de natuur, zorgen ervoor dat onze omgeving zoals we die nu kennen op het spel staat. De IJsselbiënnale wil dit belichten met kunstwerken die veranderingen in het landschap aandacht geven, die uitnodigen tot een andersoortige beleving van het landschap en de relatie tussen mens en natuur op een heel eigen manier bevragen.

Het veerpontje tussen Veessen en Fortmond had vier weken stilgelegen. Door aanhoudende droogte was het waterpeil te laag voor het pontje om aan te meren. Tijdens de vorige editie van de biënnale voeren sommige pontjes op de route juist niet door buitengewoon hoge waterstanden van de IJssel. Het is een in verhouding misschien kleine, maar daardoor juist treurige illustratie van de extremen waar we mee te maken hebben.

Arjen en ik wachten een stortbui af. Zodra de zon doorbreekt gaan we op pad. Het is klam en de smalle paden op de route zijn drassig, waardoor we moeten opletten niet uit te glijden in de modder. Voor even heeft het wel wat om zo bewust je stappen te zetten. Maar liever kijk ik voor me uit, zuig ik alles op dat ik zie en hoor, en ben daardoor met al m’n aandacht in het hier en nu. De wandelroute brengt ons bij natuurgebied de Duursche Waarden en bij Fortmond, waar een van de voormalige baksteenfabrieken langs het water stond. Aan de andere kant van de IJssel ligt het dorpje Veessen, waar de Kozakken het water overstaken om Nederland te bevrijden van de Franse onderdrukking. Het gebied is rijk zowel aan historie als biodiversiteit. We kunnen niet anders dan onder de indruk zijn van wat zich voordoet; de moerassen, de dijken en de uiterwaarden, de ooibossen en de wind, het weidse water.

Het eerst werk dat we onderweg tegenkomen is Silent Fragments van Felipe van Laar. Midden in het veld staat een installatie van pallets, met verspringende hoogtes en uitlopende zijkanten. Een grote cirkel in het midden is bedekt met wit zeil. Alsof je het op een luchtfoto zou kunnen aanwijzen; x marks the spot, een random navigatiepunt in het landschap. Van Laar maakte drie aparte site-specific werken die onderling verbonden zijn. Portals noemt hij ze, grensovergangen van het dagelijkse naar de stilte en het meditatieve. Het zijn momenten van bezinning die de mogelijkheid bieden te verbinden met de natuur. We lopen de stellage op. De houten planken zijn net zo glibberig als het paadje. Ook hier moeten we ons evenwicht bewaren en zijn we ons hyperbewust van hoe en waar we staan. Iets verderop ligt portal twee, een stijger die als overgang van het water naar het land fungeert. Net voorbij het dijkje vormt een rij ouderwetse kerkbanken portal drie. Het stevige dikke hout en de bonkige vorm van de banken steken af tegen het grote open veld en tegelijkertijd geven ze een vertrouwd gevoel. Ze nodigen uit tot rust en eerbied; we gaan zitten en turen kalm voor ons uit.

De route gaat verder, dwars door het gras het bos in. We komen uit bij de steenfabriek en het veerpontje dat ons meeneemt naar de overkant, waar het werk van Lotte Geeven te zien is. De drie kunstwerken op de wandelroute liggen een flink eind uit elkaar, waardoor de aandacht verschuift naar zowel het landschap als de doorkruising ervan. Net zoals de kerkbanken van Van Laar dwingen de loopafstanden je om tijd te nemen voor dat wat er om je heen is. Terwijl we vol in de wind over de dijk lopen en ik in gedachten ben verzonken over de snelheid van wandelen, bekruipt me het gevoel dat er iets niet klopt. Het blijkt dat ik de kaart niet goed heb gelezen en we onbedoeld een enorme omweg maken. Prima op zich, we wandelen graag, maar tijdsdruk dwingt ons tot een keuze tussen de laatste afvaart van het pontje en het werk van Lotte Geeven. Kiezen we voor thuis kunnen komen, of een andere realiteitscheck ondergaan; het werk van Geeven instappen en beluisteren wat ze opnam en uitzendt, geluiden die laten horen wat zich afspeelt in de wereld. Niet in de wereld van dit weidse stille landschap maar daarbuiten. We zien Geevens werk staan in de verte; een groene zeecontainer met zonnepanelen en een satellietantenne, omringd door natuur. Het is een vreemde gewaarwording die we graag hadden onderzocht maar we lopen er gehaast langs.

Terug aan de oostelijke kant van de IJssel zien we het werk van Stuart Ian Frost, een golvende wand van bijna 2,5 meter hoog die zich voortbeweegt in het landschap. We lopen erlangs. Ik verwacht ergens een opening om het werk in te kunnen lopen, maar het blijkt een gesloten vorm. We gluren door de kieren tussen de rijen boomstammen naar binnen. We zien gras, de lucht, de achterkant van de tegenoverliggende golvende wand. Voor de rest is er alleen de opgesloten lege ruimte. Hier gaat het niet om dat wat je in eerste instantie dacht te zien of om dat wat wordt begrensd, maar om de natuurlijke begrenzing zelf. Wat ligt er achter een waarneembare grens? Wat zijn grenzen die je jezelf oplegt in dat wat je waarneemt, of grenzen die je worden opgelegd en je aanzetten verder te kijken dan je deed? Het zijn vragen die de kunstenaar bij zijn publiek wil aanwakkeren. Frost betrekt de directe omgeving in zijn werk, door materialen te gebruiken die hij daar vindt, en samen te werken met mensen die er wonen. Met bewegingen die door de omgeving zijn geïnspireerd stelt hij zijn sculpturen samen. Deze plek aan de oever van de IJssel naast de voormalige steenfabriek gebruikt hij om een muur te bouwen die is afgeleid van een traditionele Engelse methode. Het is een techniek die veel minder materiaal vraagt dan de moderne manier van bouwen, met als resultaat een golvende en geweldig stevige constructie. Frosts muur, die is samengesteld uit korte stukken afgezaagde dennenbomen, kenmerkt de plek waar het staat, het stuk land waar water en land samenkomen. Hij benadrukt die overgang door de materialen die hij vond op het land de beweging van het water te laten volgen.

De drie kunstwerken op de wandelroute liggen een flink eind uit elkaar, waardoor de aandacht verschuift naar zowel het landschap als de doorkruising ervan

We wandelen verder via een dit keer opzettelijk zelfverzonnen route die ons terugbrengt bij Van Laars werk. Ik realiseer me dat dit werk achteraf gezien de toon zette voor de hele wandeling en dat het navigatiepunt niet zo random is als het eerst leek. Van Laars installaties nodigen uit tot bezinning maar ook tot geconcentreerde aandacht en een daardoor scherpe waarneming van de omgeving. De kunstwerken op de wandelroute waren onze bakens, ze gaven ons richting en oriëntatie, boden met verstilling, reality-checks en begrenzing de mogelijkheid om volledig op te gaan in de omgeving. We zagen intrigerende kunstwerken maar we zagen vooral een bijzonder en ontroerend landschap.

,