Richard Liu

De projecten die Richard Liu toont verschillen onderling sterk van elkaar. Aan de muur hangen polaroids en recepten, met daaroverheen geprojecteerd een film van borden gebakken rijst. Op de vloer zijn met stoepkrijt teksten geschreven en er zijn video’s te zien van performances in de publieke ruimte. De werken zijn te zien als een onderzoek, ze proberen een antwoord te vinden op de vraag: wat kunnen we doen als taal de volledige complexiteit van migratie, geheugen en identiteit niet kan bevatten?

            ‘Ik ontwikkelde mijn eigen pidgintaal, een samenvoeging van Engels, Nederlands en Chinees. Pidgin ontstond uit noodzaak om te kunnen communiceren over grenzen en taalbarrières heen, maar voor mij is het ook een manier om te spreken over de marges in de samenleving. Ik schrijf op straat en in het zand, de wind komt en waait mijn sporen weg. Zo blijft alleen een vage herinnering aan wat ik heb geschreven. Ik vergelijk het met de verhalen van migranten die zijn verweven in een stad; die zijn onzichtbaar maar constant aanwezig.

            Gebakken rijst is mijn metafoor voor pidgintaal, het is ook een mengeling van verschillende ingrediënten. Het is nooit zomaar gebakken rijst; het geeft een beeld van identiteit, erbij horen en een familiegeschiedenis die in een gerecht verborgen ligt. Thuis maakten we gebakken rijst met restjes, mijn vader gebruikte soms stukjes appel. Als kind dacht ik altijd dat iedereen het zo maakte, maar iedereen gebruikt andere ingrediënten die zijn verbonden aan een persoonlijke herinnering, een cultureel geheugen dat ze herinnert aan hun geboortegrond.

In Grains of Confluence vroeg ik mensen naar hun persoonlijke nasi goreng-recept. Ik fotografeerde hun keukens en de borden met de rijst. Er gaan intieme verhalen schuil achter dat ene gerecht, met die verhalen wil ik ruimte creëren voor culturele dialoog. Koken is een manier om weerstand te bieden aan mijn heimwee, maar het is ook een manier om me te verzetten tegen het racisme dat ik dagelijks ervaar. Zo is mijn kunstpraktijk voor mezelf, maar ik zie het ook als handreiking naar mijn gemeenschap, naar de mensen die ik vertegenwoordig.’